Vlooien - Resistentie


Cartoon vlooienresistentie Vlooienresistentie: feit of fabel?

Sinds enkele jaren duiken er geregeld ervaringen van honden- en kattenbezitters op dat zij na jarenlang gebruik van een bepaald ontvlooiingsmiddel een verminderde werkzaamheid van het betreffende middel bij hun huisdier waarnemen. Het is logisch dat er dan al gauw aan de ontwikkeling van een bepaalde resistentie bij vlooien gedacht wordt.

Deze verhalen kunnen soms door dierenartsen ondersteund worden, terwijl producenten van de betreffende producten deze geruchten uiteraard ontkennen. Aangezien economische belangen een rol kunnen spelen is het moeilijk om zonder onafhankelijke informatie te concluderen welk verhaal waar is en welke op een fabel berust.

De informatie die wij hier geven is tevens te vinden op de website van ESCAPP en wel in de richtlijn Ectoparasieten. Voor ons is dit de meest betrouwbare theorie welke bovendien door meerdere veterinaire parasitologen wordt ondersteund.


Resistentie is nog niet aangetoond, maar men dient er wel rekening mee te houden.
Hoewel een verminderde werkzaamheid voor insectendodende middelen bij vee is beschreven, is er in Europa tot op heden geen wetenschappelijk bewijs voor het ontstaan van resistentie bij vlooien na langdurig gebruik van bepaalde vlododende middelen bij honden en katten. Dat een vlooienresistentie niet is vastgesteld wil dit niet zeggen dat er geen resistentie kan ontstaan. Theoretisch gezien is het namelijk wel denkbaar dat in situaties waar veelvuldig en langdurig dezelfde vlododende middelen worden gebruikt, zoals in asiels, catteries en kennels, na verloop van tijd resistentie zou kunnen ontstaan. Men dient immers rekening te houden dat resistentie wel al bij producten voor vee is vastgesteld. Samengevat komt het er dus op neer dat er momenteel geen sprake is van enige resistentie tegenover vlododende producten bij honden en katten, maar dat het in theorie wel mogelijk blijft. Dit is wel iets waar rekening mee gehouden moet worden, daarom volgen hier wat adviezen.

Alternerend gebruik van verschillende producten
Omdat de kans op de ontwikkeling van resistentie groter wordt wanneer langdurig en frequent hetzelfde product wordt gebruikt, is het dus verstandig om uit voorzorg na een bepaalde termijn op een ander product over te stappen. Hierbij is het advies om na één tot twee jaar een ander product met een ander werkzaam bestanddeel te kiezen. Dit verlaagt namelijk het risico op eventuele resistentievorming bij vlooien.


Hoe kan het dan dat ik na een vlooienbehandeling toch nog vlooien op mijn huisdier blijf zien?
Vaak ziet men bij een falende vlooienbehandeling te snel andere zaken die ook tot het ongewenste resultaat kunnen leiden over het hoofd. De dosis of frequentie van toedienen kan fout zijn of het product wordt verkeerd toegediend. Of men vergeet om alle huisdieren en/of de omgeving te behandelen. Het behandelen van een vlooieninfectie kan namelijk lastig zijn en dus is een goede strategie nodig om de behandeling succesvol te laten zijn. Indien dat niet het geval is kan de vlooienpopulatie en vlooieninfectie bij huisdieren in stand worden gehouden en kan ten onrechte aan resistentie gedacht worden. In de meeste gevallen van een vermeende vlooienresistentie is dus vaak sprake van een logisch te verklaren fout in de totale bestrijding. Meer informatie over een goede behandeling van een vlooieninfectie kunt u uiteraard op onze website uitgebreid nalezen.

Wat als ondanks alles toch problemen blijven bestaan?
Als na een goede en volledige vlooienbestrijding en ingezette vlooienpreventie nog steeds van een vlooieninfectie sprake blijft is het aangeraden om toch eens een ander product met een ander werkzaam bestanddeel te gaan gebruiken. Daarnaast is ook het advies om contact met de producent op te nemen en een verminderde werkzaamheid te melden zodat een uitgebreid onderzoek gestart kan worden.