Vlooien - Preventie

De kans dat uw hond of kat met vlooien geïnfecteerd raakt hangt af van de levensstijl van uw huisdier. Hierdoor bestaat er geen eenduidig advies met betrekking tot vlooienpreventie, maar dient naargelang het risico op infectie een andere strategie gebruikt te worden. Deze individuele benadering van vlooienpreventie laat een goede vlooienpreventie toe zonder dat er sprake is van overbodige of ondermaatse maatregelen.

De volgende vragen kunnen helpen bij het vaststellen van de juiste strategie voor de vlooienpreventie bij uw huisdier.

Hoewel de piek van de vlooienplagen in de zomer en herfst ligt dient er rekening mee gehouden te worden dat vlooienbesmettingen het hele jaar op kunnen treden en dat dus een vlooienpreventie het hele jaar nodig kan zijn.

Onderstaande adviezen zijn afkomstig van ESCCAP. Dit is een Europese non-profit organisatie die adviezen met betrekking tot de bestrijding en preventie van infectieziekten voor huisdieren opstelt.



Minimaal infectierisico
Bij dieren die beperkt of niet buiten komen is een regelmatige visuele inspectie als vlooienpreventie voldoende. Bij voorkeur wordt hierbij met een vlooienkam de vacht gekamd. Wanneer een vlo wordt aangetroffen is een therapeutische behandeling nodig om de infectie te bestrijden.

Gemiddeld infectierisico
Bij dieren die geregeld buiten komen is sprake van een gemiddeld infectierisico. Het advies luidt in dit geval om regelmatig preventief met de juiste intervallen tegen vlooien te behandelen. Daarnaast wordt het aangeraden om vooral de zogenoemde 'hotspots' liefst dagelijks te stofzuigen. Hotspots zijn plaatsen waar de hond of kat de meeste tijd doorbrengt, waardoor het grootste aantal eitjes en onvolwassen vlooien op deze plaatsen gevonden worden. Door de huisdieren goed te observeren kan de plaats van deze hotspots vastgesteld worden.

Hoog en continu infectierisico
Meestal is er bij asiels, kennels, catteries, jachthonden en huizen met meer diersoorten sprake van een hoog en continu risico op een vlooieninfectie. In deze situaties wordt een aanhoudende, geïntegreerde vlooienpreventie geadviseerd. In het algemeen houdt dat een maandelijkse toediening van een vlododend middel in en dit in combinatie met het dagelijks stofzuigen van hokken, rustplaatsen en kussens. Daarnaast wordt geadviseerd om op het dier en in de omgeving een middel met een IGR te gebruiken dat de onvolwassen stadia van de vlo bestrijdt. Gebruik overigens nooit een middel voor de omgeving op het dier!

Honden en katten met een vlooienallergie
Bij deze dieren is het belangrijk om blootstelling aan vlooienspeekselantigenen ter preventie van klinische symptomen te minimaliseren of te voorkomen. Daarom moet er langdurig behandeld worden tegen vlooien om er zeker van te zijn dat de vlooienpopulatie op een zo laag mogelijk niveau blijft. Deze aanpak kan bestaan uit het vaak en regelmatig toedienen van ecto-parasitica aan de dieren in combinatie met geschikt bestrijdingsmaatregelen voor de omgeving, bij voorkeur met IGR's. Als het dier met een vlooienallergie in een huis met meerdere honden, katten of andere huisdieren leeft, dan moeten deze ook meegenomen worden in de bestrijdingsstrategie.


Wat de producten betreft zijn er ontzettend veel verschillende soorten middelen op de markt. De meesten doden de vlo, maar daarnaast zijn er ook producten op de markt die de volwassen vlo enkel onvruchtbaar maakt. Op onze website bespreken we de voor- en nadelen van verschillende verkrijgbare producten zodat we u kunnen helpen in de keuze van het juiste product.

Hoewel er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat er door herhaaldelijk gebruik van producten tegen vlooien een vlooienresistentie kan ontstaan, kan het toch verstandig zijn om elke twee jaar te wisselen naar een andere groep van bestrijdingsmiddelen om het eventuele risico op het ontstaan van een vlooienresistentie toch te minimaliseren.