Verzorging muis


Muis Alhoewel er meerdere muizensoorten als huisdier gehouden kunnen worden beperken wij bij de bespreking van de verzorging van de muis ons tot de kleurmuizen.

De meeste muizen die als gezelschapsdier gehouden worden zijn bedreven klimmers en springers. Het zijn echte groepsdieren en bovendien heel slimme diertjes. Hier dient bij de huisvesting absoluut rekening mee gehouden te worden. Het beste kunnen twee of meer jonge muizen van 4 weken oud bij elkaar gezet worden. Indien jonge muisjes niet gewenst zijn kan het beste alleen vrouwtjes samen gezet worden. Mannetjesmuizen scheiden over het algemeen een sterke geur af en zijn ze om die reden ook minder in trek als huisdier. Omdat muizen elkaar alleen via de geur kunnen herkennen mogen de dieren niet van de groep worden afgezonderd en later weer teruggezet worden.


Huisvesting
Goede muizenkooien hebben tralies die maximaal 6 millimeter van elkaar afstaan. Doordat muizen heel snel kunnen leren hoe deurtjes open gemaakt kunnen worden dient er ook aan gedacht worden het deurtje extra te beveiligen. De kooien kunnen beter geen plastic of houten onderdelen bevatten omdat muizen dit snel kunnen beschadigen door er aan te knagen. Glazen bakken kunnen ook goed zijn maar deze hebben het nadeel dat er weinig ventilatie mogelijk is. Urinedampen kunnen in dergelijke bakken blijven hangen en de temperatuur in de bak kan te hoog worden. Als bodembedekking kan houtschaafsel, oud papier, biologische kattenkorrels en maïs gebruikt worden. Over het algemeen is het voldoende om de kooi elke week te verschonen en één keer in de maand te ontsmetten.

Muizen hebben graag een schuilmogelijkheid in hun verblijf. Dit kan bestaan uit een omgekeerde bloempot, een muizen- of hamsterhuisje, een kartonnendoosje of een vogelkastje.

Om verveling bij deze kleine knagers te voorkomen kan men het beste iedere week iets nieuws in de kooi leggen. Bijvoorbeeld een sisaltouwtje aan de tralie, stukken wortelhout, wilgentakken en lege keukenrollen. Pas op met loopradjes aangezien de staart bekneld kan raken.


De dagelijkse voeding
Een goede dagelijkse voeding is belangrijk om gezond te blijven.

Hooi
Er moet dagelijks voldoende en onbeperkt hooi ter beschikking staan. Dit hebben muizen nodig om de tandjes te slijten en te zorgen voor een gezond darmstelsel en darmflora.

Muizenvoer
Een commercieel knaagdierenvoer bevat in principe alles wat ze nodig hebben. Teveel pinda's en zonnepitten zijn echter niet goed. Om voedingsproblemen te voorkomen kan daarom het beste speciale muizenvoeding gegeven worden. Hiermee weet u echt zeker dat het diertje de beste voeding krijgt dat aangepast is aan deze diersoort. Let erop dat Europese dwergmuizen daarnaast ook behoefte hebben aan vogelzaad.

Verse groente en fruit
Geef niet teveel vers groenvoer aangezien dit bij muizen spijsverteringsproblemen kan veroorzaken.

Dierlijk eiwit
Muizen zijn alleseters en waarderen een klein stukje gekookt ei of insect naast hun normale dieet. Voor de Afrikaanse stekelmuis en de Europese dwergmuis zijn insecten een essentieel onderdeel in de dagelijkse voeding.

Knaagmateriaal
Naast hooi is het ook aan te raden om een knaagsteen of een wilgentakje in het verblijf te liggen zodat in de knaagbehoefte kan worden voldaan.

Drinkwater
Het drinkwater kan het beste in een glazen drinkflesje gegeven worden en dient uiteraard dagelijks ververst te worden.


Voortplanting
Muizen worden gemiddeld 1-2 jaar oud. Vrouwtjesmuizen worden voor de leeftijd van 3 maanden al vruchtbaar en ze kunnen maximaal 9 nestjes per jaar grootbrengen. Fok echter pas met een vrouwtjesmuis als ze ongeveer 4 maanden oud is en laat ze per jaar zeker minder dan 9 nestjes grootbrengen. De bronst vindt bij het vrouwtje één keer in de 4-6 dagen plaats. Tijdens de bronst kan het vrouwtje bij het mannetje gezet worden. De dracht duurt gemiddeld 18-21 dagen. Aan het einde van de dracht gaat het vrouwtjes een nestje maken waarin uiteindelijk 4-11 jongen geboren worden. De grootte van de worp is afhankelijk van de leeftijd en conditie van de moeder. De jongen zijn nestblijvers aangezien ze naakt en blind geboren worden. Tijdens de zoogperiode moet voor voldoende rust gezorgd worden. De moeder en het nestje kan gewoon in de groep gehouden worden. Alle zogende vrouwtjes helpen zelfs mee in de verzorgen van de jongen van andere vrouwtjes. Na 4 dagen kunnen ze al wat vast voedsel eten maar pas na 10 dagen is de vacht volledig. De jongen kunnen op de leeftijd van 3-4 weken gespeend worden. Haal in ieder geval op dat moment alvast de mannetjes weg aangezien deze op 5 weken al vruchtbaar kunnen zijn.