Verzorging degoe


Degu Degoes komen oorspronkelijk uit het Andesgebergte in Chili in Zuid-Amerika. Deze vriendelijke dieren leven daar in grote groepen op rotsen. Helaas worden degoes vaak solitair gehouden, maar het is veel beter om voor een groepje of in elk geval voor het gezelschap van een soortgenoot te zorgen. Degoes die alleen zijn hebben beslist minimaal een uur per dag aandacht van de verzorger nodig om gedragsstoornissen bij het dier te voorkomen. Vrouwtjes gaan, ook als ze elkaar niet kennen, over het algemeen heel goed met elkaar om. Volwassen mannetjes die niet samen zij opgegroeid, kunnen vaak niet samenleven. Vooral niet als er vrouwtjes in de buurt zijn. Zijn er echter voldoende vrouwtjes per mannetje aanwezig en is het verblijf groot genoeg, dan gaat het vaak wel goed.

De degoe is nauw verwant met de cavia. Net zoals de cavia zijn ze dan ook overdag actief. In de natuur trekken ze zich 's avonds terug in hun ondergrondse holenstelsels. Verder klimmen en klauteren ze heel graag.

Pak een degoe nooit op aan de staart aangezien ze deze als verdedigingsmechanisme kunnen afwerpen.


Huisvesting
Degoes kunnen het beste in een grote glazen bak gehouden worden, waarvan de bovenkant met stevig gaas is afgedekt. De kooi moet minimaal 40-50 cm hoog zijn. Zorg er voor dat al het materiaal dat bij de huisvesting gebruikt wordt goed bestand is tegen knagen. Als bodemmateriaal kan het beste stofvrije houtkrullen (niet van dennenhout) gebruikt worden om longontstekingen bij de dieren te voorkomen. In het verblijf dienen voorzieningen aangebracht te zijn om de dieren te kunnen voorzien in hun klimbehoefte. Plaats bijvoorbeeld takken in het verblijf.

De dieren nemen graag een bad in een zware bak die gevuld is met chinchillazand. Dit zorgt ervoor dat hun pels mooi gaat glanzen. In elk verblijf dient een nestkastje aanwezig te zijn waar de degoe zich 's avonds in terug kan trekken.


Voeding
Een goede dagelijkse voeding is belangrijk om de degoe gezond te houden.

Hooi
Zorg er altijd voor dat voldoende hooi tot de beschikking van de degoe staat. Het liefst dient dit stofvrij te zijn.

Brokjes
In de natuur eten degoes granen, grassen en zaden. In gevangenschap kan aan een degoe cavia- of knaagdiervoer gegeven worden. De beste voeding is echter de voeding die speciaal voor de degoe is bedoeld. Dit is namelijk aangepast aan de behoeften van deze diersoort. Calorierijke en vezelarme hapjes dienen vermeden te worden aangezien dit aanleiding kan geven tot vervetting en suikerziekte bij de dieren.

Groente en fruit
Aan degoes kan ook kleine beetjes fruit en groente gegeven worden. Geef dit echter niet te veel omdat dit aanleiding kan geven tot spijsverteringsproblemen en diarree.

Knaagmateriaal
Om in de knaagbehoefte te kunnen voorzien kan het beste wat wilgen- en fruitboomtakjes gegeven worden.

Drinkwater
Het drinkwater kan het beste in glazen drinkflesjes gegeven worden.


Voortplanting
Een degoe wordt gemiddeld 5-8 jaar oud. Degoevrouwtjes zijn geslachtsrijp als ze 3 maanden oud zijn. Het is beter te wachten met een eerste nestje als ze 5 maanden oud zijn. Meestal is het vrouwtjes eens in de 2-3 weken bronstig. Het mannetje mag na de dek, tijdens de dracht en gedurende de zoogperiode bij het vrouwtje blijven. De dracht duurt 90 dagen. Na de dracht worden gemiddeld 5 jongen geboren maar het kunnen er ook 3 of 10 zijn. Het zijn nestvlieders: na de geboorte zijn de oogjes meteen open en kunnen ze ook wat rondlopen. Na een paar weken knabbelen ze wat met de ouders mee. Wanneer de jongen 5-6 weken oud zijn drinken ze geen melk meer. Op de leeftijd van 8 weken worden ze gespeend.