Verzorging chinchilla


Chinchilla De chinchilla behoort tot de cavia-achtigen, komt van oorsprong uit Zuid-Amerika en leeft daar in de natuur in kolonies waardoor ze ook in gevangenschap echte groepsdieren zijn. De tamme chinchilla die wij in Nederland kennen is oorspronkelijk uit 11 wilde voorouders ontstaan.

Het zijn over het algemeen rustige, slimme dieren die het vertrouwen van de eigenaar moeten inwinnen voordat ze zich laten aaien. Ze bijten echter zelden. Een chinchilla kan maximaal 20 jaar oud worden, dat is opmerkelijk lang voor een knaagdier.

Heel kenmerkend aan de chinchilla is de zeer zachte en zeer dichte vacht. Dit komt doordat uit 1 haarfollikel wel 60 haren groeien. Door de zeer dikke vacht dient in de huisvesting extra aandacht besteed worden aan een goede omgevingstemperatuur, relatieve luchtvochtigheid en vachtverzorging. Een chinchilla kan als afweermechanisme in zeldzame gevallen zijn haren laten uitvallen indien het dier te ruw en te plots wordt vastgenomen. Het teruggroeien van de vacht neemt vervolgens veel tijd in beslag. Pas na 6 tot 8 weken begint de vacht weer aan te groeien en na 4 tot 6 maanden is de vacht weer helemaal hersteld.

Chinchilla's zijn nachtdieren en moeten overdag voldoende rust krijgen. Indien een chinchilla overdag onvoldoende rust krijgt kunnen de dieren stressgebonden ziektes ontwikkelen.

Verder vinden chinchilla's het leuk om te klimmen en te springen. Hiermee dient dan ook rekening gehouden te worden bij de huisvesting. Daarnaast nemen chinchilla's dagelijks ook graag een zandbad.


Huisvesting
Chinchilla's mogen absoluut niet alleen gehouden worden en heeft behoefte aan de gezelschap van een soortgenoot. Een eenzame chinchilla wordt lusteloos, sloom en gaat gedragsstoornissen vertonen. Chinchilla's dienen echter op jonge leeftijd al bij elkaar geplaatst te worden omdat ze elkaar op latere leeftijd nog maar moeilijk accepteren. Bij de aanschaf dienen dus minimaal twee dieren in huis genomen te worden, liefst van hetzelfde geslacht.

Chinchillakooi Omdat chinchilla's graag klimmen en springen dient de kooi waarin ze gehouden worden minimaal 1 meter hoog te zijn en dient het grondoppervlak minimaal 50 cm2 te bedragen. De meeste huiskamervolières voldoen aan deze eisen. Een papegaaienkooi is echter niet geschikt omdat bij deze kooien teveel ruimte tussen de tralies aanwezig is en de plastic onderbak kapot geknaagd kan worden. In verband met de zeer dichte vacht en het feit dat de dieren niet kunnen zweten is het erg belangrijk dat de omgeving van de chinchilla niet warmer is dan 25 ºC en dat de luchtvochtigheid niet meer bedraagt dan 70%. Een kooi mag dus in geen geval voor het raam staan. Verder dient de kooi dient bovendien tochtvrij, niet in volle zon en op een rustige plaats gezet te worden. Op de bodem van de kooi dient een flinke laag houtkrullen als bodembedekking aanwezig te zijn.

Om aan de klimbehoefte te voldoen worden in de kooi dikke takken van beuken, wilgen of fruitbomen bevestigd. Verder dienen er op verschillende hoogtes ook zitplankjes aangebracht te zijn. Een slaaphokje is niet noodzakelijk, maar wordt wel gewaardeerd. Elke dag dient gedurende een uurtje een zandbak in de kooi geplaatst te worden zodat de chinchilla's een zandbad kunnen nemen om de pels schoon te houden en om eventuele stress te kunnen afreageren. Hiervoor dient speciaal chinchillazand gebruikt te worden dat in een zware stenen schaal op de bodem van het verblijf geplaatst wordt. Rond de periode dat een drachtig vrouwtje gaat bevallen dient de zandbak uit het verblijf gehaald te worden.

De kooi dient normaal gesproken wekelijks ververst worden. De keutels kunnen het best dagelijks geïnspecteerd worden. Deze moeten normaal vrij hard zijn.


Voeding
Een goede dagelijkse voeding is belangrijk om de chinchilla gezond te houden.

Hooi
De tanden groeien het hele leven lang. Voor voldoende tandslijtage is het daarom belangrijk dat de dieren voldoende hooi eten. Net zoals veel andere knaagdieren en het konijn heeft ook de chinchilla een heel gevoelig spijsverteringsstelsel. Ook de speciale mestballetjes, de ceacotrofen, die bij konijnen worden gezien komen bij de chinchilla voor. Ze worden door het dier opgegeten en bevatten vocht, goede bacteriën en vitaminen.

Brokjes
In de natuur is de chinchilla arme diëten gewend waardoor in gevangenschap eerder karige voedingen gegeven dienen te worden. Om diarree te voorkomen mag de voeding daarom nooit zonnepitten, pinda's of koolsoorten bevatten. Om die reden is bovendien ook een commercieel verkrijgbaar knaagdieren- of konijnenvoer ongeschikt. Er dient dus een speciaal commercieel chinchillavoer gegeven te worden. 1 eetlepel per dag is voor een chinchilla voldoende. Het beste kan men altijd bij hetzelfde merk voeding geven omdat overstappen op een ander merk al diarree kan veroorzaken. Indien oude korrels gebruikt worden kunnen eventueel vitaminedruppels in het drinkwater toegevoegd worden. Bij dracht en melkgifte kan ook calcium aan de voeding toegevoegd worden.

Groente en fruit
Dagelijks mag een kleine hoeveelheid groente gegeven worden, maar dit mag absoluut niet veel zijn. Een keer per week mag ook een klein stukje fruit gegeven worden. Er dient echter strikt aan deze hoeveelheden gehouden te worden omdat te veel en te vochtrijk fruit diarree en zelfs sterfte kan veroorzaken. Een geschikt fruithapje is een klein stukje appel of braam. Voor chinchilla's zijn rozijnen een ware lekkernij. Ze mogen er echter iedere dag niet meer dan 2 eten omdat ze te rijk zijn aan koolhydraten.

Knaagmateriaal
Om in de knaagbehoefte te kunnen voorzien kan naast hooi ook een knaagsteen gegeven worden.


Voortplanting
Chinchilla's zijn vanaf de leeftijd van 5 tot 6 maanden vruchtbaar, maar het vrouwtje kan het beste pas gedekt worden wanneer ze de leeftijd van 8-9 maanden heeft bereikt. Een volwassen vrouwtje is één keer in de 30 dagen bereid om te paren. Het mannetje dient vooraf in een aparte kooi bij het vrouwtje geplaatst te worden om de dieren aan elkaar te laten wennen.

De dracht duurt bij de chinchilla relatief lang, namelijk 111 dagen, waarna meestal 1 tot 3 jongen geboren worden. Bij de geboorte weegt elk jong ongeveer 40 tot 55 gram. De jongen zijn zogenoemde nestvlieders. Ze zijn bij de geboorte behaard en kunnen ook na de geboorte al zien. Ze kunnen daarna ook al snel vaste voeding opnemen. Tijdens de zoogperiode kan het mannetje gewoon bij het vrouwtje en de kleintjes blijven. De chinchilla's worden gespeend op 8 weken, vanaf dat moment kunnen de jongen voor zichzelf zorgen.