Verzorging cavia


Twee cavia's De cavia is het meest gehouden en geliefde knager onder de knaagdieren en kan in gevangenschap 5 tot 8 jaar oud worden.

Er bestaan verschillende rassen met elk hun eigen vachtstructuur en vachtlengte.

Cavia's zijn één van de weinige soorten onder de knaagdieren die overdag actief zijn. Dat maakt ze, samen met hun zachtaardige karakter, uitermate geschikt als huisdier voor kleine kinderen. Verder zijn ze uiterst zindelijk en erg schoon op zichzelf.



Sociale dieren
Van oorsprong komen cavia's uit Zuid-Amerika waar ze in holen leven. Het zijn groepsdieren waar onder de mannetjes en in mindere mate ook onder de vrouwtjes, een bepaalde hiërarchie heerst. Een cavia houdt zodoende van wat gezelschap van een soortgenoot of eigenaar.

In de natuur bestaat een groep cavia's uit een hele familie die rondom een mannelijke cavia (beer) wordt opgebouwd. De mannetjes vechten in gevangenschap onderling. Zeker als er vrouwtjes (zeugjes) in de buurt zijn kunnen de gevechten heftig zijn. Het is daarom beter om bij meerdere cavia's uitsluitend vrouwtjes te nemen.


Dagelijkse voeding
Een cavia is strikt herbivoor wat betekent dat een cavia uitsluitend plantaardige voeding eet. Ze zijn wat eten betreft erg kieskeurig en eten niets wat vuil is geworden.

De cavia heeft een uitermate gevoelig spijsverteringsstelsel. Veel voorkomende gezondheidsproblemen kunnen daardoor veroorzaakt worden door een onevenwichtige voeding. Bovendien kunnen cavia's, net zoals mensen, zelf geen vitamine C aanmaken en hebben daardoor vitamine C uit de voeding nodig om gezond te blijven. Een cavia moet daarom dagelijks 10 mg per kg lichaamsgewicht aan vitamine C opnemen.

De tanden en de kiezen groeien, net zoals bij het konijn, hun hele leven lang door. Een goede evenwichtige voeding kan zorgen voor voldoende tandslijtage om te lange tanden en andere gebitsproblemen te voorkomen.

Hooi
Een groot deel van de voedingsbehoefte van de cavia bestaat uit hooi. Een cavia heeft namelijk voldoende vezels nodig om de tanden te slijten en te zorgen voor een gezond spijsverteringsstelsel en darmflora. Doe het hooi in een ruif zodat het niet op de bodem van de kooi ligt waar het vies kan worden.

Te lange snijtanden bij een cavia Caviabrokjes
Zorg voor een goed caviavoer. Een dergelijk voer is liefst gesupplementeerd met vitamine C en bevat daarnaast weinig zonnepitten, weinig pinda's, weinig geperst gras (groene brokjes) en geen kunstmatige kleurstoffen. Het ruw eiwitgehalte dient ongeveer 18% te zijn. De brokjes kunnen het best in een zwaar bakje gedaan worden.

Doordat konijnenvoer te arm is aan voedingsstoffen, is konijnenvoeding ongeschikt voor cavia's.

Verse groente en fruit
Er mag dagelijks een klein beetje verse groente en fruit gegeven worden, zoals stukjes appel, wortel, boerenkool, andijvie en witlof. Het fruit is vooral aan te raden indien de cavia geen andere vitamine C bron krijgt (brokjes of drinkwater met vitamine C). Wat groente betreft kunnen koolsoorten en sla beter vermeden worden. Als het toch gegeven wordt geef het dan alleen aan volwassen cavia's en maar een enkel blaadje. Teveel kool of sla kan vooral bij jonge cavia's aanleiding geven tot diarree.

Knaagmateriaal
Hooi en verse groente voorzien al aardig in de behoefte van de cavia om te knagen. Daarnaast is het ook aan te raden om geregeld een schoon en onbespoten wilgentakje of een mineralenblok te geven waar de cavia aan kan knagen.

Drinkwater
Een cavia drinkt per dag zo'n 10 ml water per 100 gram lichaamsgewicht per dag. Bij dracht en lactatie kan de wateropname gestegen zijn tot wel 40 ml per 100 gram lichaamsgewicht per dag. Omdat cavia's zeer gesteld zijn op zuiver water dient naast het water ook het drinkflesje dagelijks schoon gemaakt te worden. Eventueel kan in het drinkwater wat vitamine C toegevoegd worden (druppels, bruistabletten). Omdat het vitamine C in het water echter onder invloed van zonlicht snel verdwenen is zijn vitamine C bevattende caviabrokjes of dagelijks stukjes vers fruit echter beter.


Huisvesting
Cavia's mogen in de zomer wel maar in de winter in geen geval buiten gehouden worden. De lage temperatuur in de winter kan de cavia niet verdragen. Ook warmte wordt door de cavia slecht verdragen. De optimale omgevingstemperatuur voor een cavia schommelt daarom tussen de 17 en 24 ºC. Zorg bij het plaatsen van de caviakooi dat deze niet in de directe felle zon staat en dat er voldoende verluchting mogelijk is. Vermijd verder ook grote temperatuurschommelingen, regen en tocht.Indien de cavia's als groep gehuisvest worden, mag de omgevingstemperatuur wel wat lager zijn. In de winter mag de cavia wel in een vorstvrije schuur gehouden worden. Het nadeel is echter dat cavia's die buitenshuis gehouden worden minder tam zijn.

De caviakooi
Een caviakooi dient minimaal 60 bij 40 cm groot te zijn. Indien cavia's te weinig ruimte hebben kunnen ze onvoldoende bewegen en daardoor last krijgen van overgewicht wat nadelig is voor de levensduur. Op de bodem van de kooi dient voldoende bodembedekking, in de vorm van houtkrullen, aanwezig te zijn. Cavia's dienen bovendien strikt gescheiden te worden van andere knaagdieren om bacteriële infecties bij cavia's te voorkomen. Natuurlijk dient de caviakooi wekelijks goed schoon gemaakt te worden.

Zorg in de kooi voor voldoende nachthokjes waar de cavia 's nachts in kan gaan slapen. In de winkel zijn daarom speciale caviahuisjes verkrijgbaar. Van stevig hout kan echter ook een geschikt nachthokje gemaakt worden.

Cavia's kunnen graven
Het feit dat ze in de natuur in holen leven betekent dat ze uitstekende gravers zijn. Hiermee dient rekening gehouden te worden indien men een cavia de mogelijkheid geeft om buiten te wandelen. Cavia's kunnen overigens niet springen.

Caviakooi




Voortplanting
Een cavia is volwassen op de leeftijd van 2 tot 3 maanden. De vrouwtjes zijn op dat moment echter nog te jong om een dracht lichamelijk aan te kunnen. De ideale leeftijd voor een eerste nestje is op de leeftijd van 8-9 maanden. Voor de leeftijd van 6 maanden zijn de zeugjes lichamelijk nog niet in staat een dracht goed aan te kunnen. Wacht men echter met een eerste nestje tot na de leeftijd van 11 maanden, dan kunnen er problemen tijdens de bevalling optreden doordat de bekkenbeenderen op die leeftijd minder flexibel zijn en de geboorteweg te smal is. Het zeugje kan daardoor in barensnood terecht komen. Een zeugje mag maximaal 2 tot 3 keer per jaar een nestje grootbrengen.

Een volwassen zeugje staat een keer in de 16 dagen een dekking door het mannetje toe. Meestal is dat moment herkenbaar aan de typische knorgeluidjes. Indien men een nestje wenst kan de zeug op dat moment bij de beer gezet worden.

De dracht duurt 65-70 dagen en het lichaamsgewicht van het vrouwtje kan gedurende de dracht 100 gram toenemen. In principe mag de beer bij het nest blijven, maar het is beter om de drachtige zeugjes apart van de beer te houden omdat ze na de bevalling weer snel drachtig kan worden. Tijdens de dracht moet voor zo min mogelijk stress gezorgd worden. Zorg daarom dat het zeugje voldoende rust krijgt.

Het geboortegewicht is afhankelijk van het aantal cavia's dat geboren wordt. Meestal bestaat een worp uit 3 tot 4 cavia's, waarbij het geboortegewicht schommelt tussen de 70 en 100 gram. De cavia is een nestvlieder. Dit betekent dat een pasgeboren cavia kan zien, behaard is, een volwassen gebit heeft en vrijwel direct na de geboorte kan lopen en binnen een aantal dagen al met de moeder een hapje mee kan eten. Ze hebben echter tot de leeftijd van 4 weken nog melk van de moeder nodig. De cavia's worden gespeend op 5 tot 6 weken leeftijd. Ze kunnen dan volledig zonder hun moeder. Het is belangrijk om dan ook de vrouwtjes van de mannetjes te scheiden om te vroege dracht te voorkomen.

Moederloze opfok van pasgeboren cavia's
Soms kan het gebeuren dat om een of andere reden de kleine cavia's niet door de eigen moeder gezoogd kunnen worden. In dat geval is het mogelijk om tot 3 dagen na de geboorte de jongen bij een andere melkgevend vrouwtje te plaatsen. Als dat niet mogelijk is kunnen de cavia's met kunstmelk grootgebracht worden. Deze kunstmelk bestaat uit 100 gram volle melk met 9 gram nutrosoja en 50 gram vitamine C. Dit moet vervolgens opgewarmd worden tot 38 graden. Op de eerste dag dient er om de 2 tot 3 uur gevoed te worden, op dag twee tot vijf worden er 5 voedingsbeurten gegeven tussen 7:00 en 23:00. Vanaf dag zes tot negen worden er in totaal 3 voedingen gegeven. De voeding bestaat dan uit 30 gram kunstmelk, korrels en groenvoer. Vanaf dag 10 tot en met 21 wordt met dezelfde voeding in totaal twee voedingsbeurten gegeven.