Verzorging hond - Senior hond


Oude hond Over een senior praten we als een hond 75-80% van de verwachte levensduur er op heeft zitten. Honden van grotere rassen bereiken daardoor de seniorleeftijd eerder dan honden van kleinere hondenrassen die doorgaans ouder worden.

Oudere honden kunnen last van allerlei lichamelijke kwaaltjes krijgen. Dat hoeft niet altijd erg te zijn, maar kan wel een reden vormen om de dagelijkse verzorging wat aan te passen om het leven van een oude hond net wat aangenamer te maken.

Om die reden bespreken wij kort welke lichamelijke veranderingen bij de hond voor kunnen komen en hoe de dagelijkse verzorging daarop afgestemd kan worden om voor een goede gezondheid en welzijn van uw oude hond te blijven zorgen.



Het lichaam van de oudere hond

Slechtere zintuigen
Wanneer een hond ouder wordt gaat de zintuiglijke waarneming achteruit. Niet alleen wordt het zicht slechter, ook het gehoor en de reuk kunnen achteruit gaan.

Oude ogen hond Staar
Echte staar, zoals bij oude mensen, wordt bijvoorbeeld ook bij honden gezien. Door een verminderde zuurstofopname in de lens ontstaan metabole stoornissen waardoor sprake is van degeneratie en voedingsstoornissen van de lens. De lens neemt water op, proteïnes, kristallen en calcificaties worden afgezet en bindweefsel prolifereert. Aanvankelijk is er sprake van zwelling, nadien van dehydratatie. Doordat de lens minder licht door laat is het zicht bij honden met staar beperkt.

Nucleaire sclerose
Staar moet overigens niet met een nucleaire sclerose worden verward. Bij oudere honden kan de lens namelijk een blauwe schijn vertonen die sterk aan staar doet denken. Dit is geen staar maar hoort bij een normaal verouderingsproces van de lens waarbij ten gevolge van ouderdom een verdichting in het centrum van de lens optreedt. Dit is een normale fysiologische verandering. Gedurende het hele leven blijft de lens namelijk nieuwe vezels vormen, waarvan de snelste groei gedurende het eerste levensjaar optreedt. Het lenskapsel beperkt echter verdere uitzetting van de blijvend groeiende lens. Daardoor komt het dat de oudere vezels in het centrum van de lens tegen elkaar gedrukt worden. Dit zorgt voor een witblauwige schijn in het midden van de pupil. In tegenstelling tot echte staar kan de hond met een nucleaire sclerose echter wel gewoon blijven zien door deze lens.

Er dient uiteraard rekening gehouden te worden dat een oude hond minder goed kan zien, horen en ruiken. Verander daarom de omgeving niet en zorg ervoor dat de eet-, drink- en slaapplaats voor de hond altijd goed te vinden en toegankelijk zijn. Wanneer het zicht en het gehoor slecht zijn kan de hond ook eerder schrikken en aanhankelijker worden. Een hond die niet goed meer hoort en/of ziet moet daarom altijd rustig benaderd worden om angst zoveel mogelijk te voorkomen. De reuk speelt verder een grote rol tijdens het eten. Een lekker ruikende maaltijd stimuleert immers de eetlust. Aan oude honden met een beperkte eetlust wordt daarom beter opgewarmde blikvoeding gegeven.

Ouderdomsartrose
Oude honden krijgen over het algemeen last van ouderdomsartrose. De gewrichten kunnen hierdoor pijnlijk zijn waardoor de hond het niet meer leuk vindt om te bewegen en meer in de mand blijft liggen. Gelukkig is hier wel wat aan te doen. Een ligmand met een lage instap kan voor de hond bijvoorbeeld prettig zijn. Voedingssupplementen op basis van glucosamines en chondroïtinesulfaat kunnen daarnaast het gewrichtsweefsel herstellen en gezond houden, terwijl omega-3 vetzuren de ontsteking kunnen afremmen. De meeste honden met ernstige klachten van ouderdomsartrose zijn echter vooral met een goede pijnmanagement gebaat. Dit houdt in dat de hond voor langere periode pijnstillers krijgt om de levenskwaliteit te verbeteren.

Lichaamsgewicht
Rond de leeftijd van 6 tot 9 jaar neemt de kans op overgewicht toe, terwijl na de leeftijd van 11 jaar ondergewicht juist weer vaker wordt gezien.

Gezondheidsproblemen
Sommige gezondheidsproblemen worden vaker bij de oudere hond gezien, zoals onder andere hartfalen, nierziekte en kanker.



Seniorvoeding
De meeste oudere honden zijn gebaat met een seniorvoeding. Maar waarin verschilt een seniorvoeding van de normale voedingen en wat zijn de voordelen?

Minder calorieën
Rond de leeftijd van 6 tot 9 jaar wordt de kans op overgewicht groter. Het is daarom verstandig om het gewicht van uw hond rond deze leeftijd goed in de gaten te houden en op tijd in te grijpen om overgewicht te voorkomen. Een seniorvoeding bevat een lager vetgehalte en daardoor minder calorieën dan een normale voeding. Het draagt daardoor bij in de preventie van overgewicht op latere leeftijd.

Verhoogd vezelgehalte
Een goede seniorvoeding heeft een verhoogd vezelgehalte. Klachten van obstipatie komen bij de oudere hond namelijk meer voor. Het verhoogd vezelgehalte zorgt voor goede darmbewegingen en vermindert daardoor de kans op obstipatie.

Verlaagd in fosfor en zout
Bij alle honden ontstaat gedurende het leven schade aan het nierweefsel. Dit hoeft niet te betekenen dat elke oude hond een nierpatiënt wordt. Pas wanneer 66% van het nierweefsel beschadigd is zullen er zich problemen gaan voordoen. Het betekent echter wel dat bij oude honden de nierfunctie toch verminderd is zonder dat er sprake is van nierziekte. Om het gezonde nierweefsel vitaal te houden en te ontlasten is het daarom nuttig een voeding met een laag zout- en fosforgehalte te verstrekken. Bovendien ontlast een zoutarme voeding tevens het oudere hart. Dit is tevens nuttig aangezien bij de oudere hond vaak sprake is van een verminderde functie van de hartkleppen.

Momenteel bestaan er nog geen eenduidige richtlijnen waaraan een seniorvoeding aan dient te voldoen. Hierdoor kan het gehalte aan energie, vezel, zout en fosfor tussen seniorvoedingen van verschillende merken enorm uiteenlopen.

Wanneer moet ik mijn hond een seniorvoeding gaan geven?
Meestal luidt het algemene advies om vanaf de leeftijd van 7 jaar met een seniorvoeding te starten. Hier zijn wij het wel mee eens, maar wij vinden het echter belangrijk om niet alleen naar de leeftijd te kijken als het om seniorvoeding gaat. Grotere hondenrassen zijn namelijk sneller oud dan kleinere hondenrassen. Bij grotere honden is ons advies daarom om de overstap al eerder te maken, namelijk zo rond de leeftijd van 5 jaar.

Belangrijk blijft echter om bij de voedingskeuze ook de gezondheid van de hond te betrekken. In sommige situaties is het beter om een oude hond geen seniorvoeding te geven. Vanaf de leeftijd van 11 jaar wordt ondergewicht namelijk weer vaker gezien en het is dan natuurlijk niet meer verstandig om een energiearme seniorvoeding te geven. Ook bij een verminderde eetlust of ziekte kan het juist aangeraden zijn om geen seniorvoeding te geven.

Brokjes of blik?
Eigenlijk zijn zowel droog- als natvoedingen voor oudere honden prima. Mocht uw hond beide voedingsvormen goed eten, dan bevelen wij echter brokjes boven blikvoeding aan. Het geven van blikvoeding werkt namelijk de vorming van tandplak, en dus gebitsproblemen, in de hand. Bij oudere honden kan echter ook van een verminderde eetlust sprake zijn, bijvoorbeeld door een verminderd reukvermogen. In dat geval is het vaak beter om blikvoeding te geven. Vooral bij opgewarmde blikvoeding komen er veel aroma's vrij die de eetlust kunnen stimuleren.



Verzorging

Nagels knippen
Als honden ouder worden neemt de lichamelijke activiteit meestal af. Hierdoor slijten de nagels minder snel dan bij een jong volwassen hond en kan het nodig worden om de nagels wat vaker te knippen.

Oorverzorging
Normaal gesproken is het niet nodig dat de oren van honden inwendig worden gereinigd. Het inwendige oor beschikt namelijk, dankzij epitheliomigratie, over een zelfreinigend vermogen. Hierbij verplaatsen epitheelcellen vanaf het centrale gedeelte van het trommelvlies en de gehoorgang geleidelijk op naar de gehooruitgang. Bij oudere dieren verloopt deze epitheliomigratie vaak trager waardoor vuile oren bij oudere honden over het algemeen vaker wordt gezien dan bij jonge dieren. Wordt het vuil niet op een andere manier uit de oren verwijderd, dan kan op termijn een oorontsteking ontstaan. Bij oudere honden kan het daarom nuttig zijn om het inwendige deel van het oor met een oorreiniger geregeld schoon te maken.

Vachtverzorging
De vacht van de oudere hond heeft meestal wat grijze haren erbij gekregen en de vacht is over het algemeen wat stugger van structuur geworden. Meestal heeft de vacht wat meer verzorging nodig. Bovendien kunnen huid- en vachtproblemen ook op een aanwezige onderliggende ziekte duiden. Het is dus aan te raden om hier wat extra aandacht aan te schenken.

Lichaamsbeweging
Ook al kan een oude hond vaak moeilijk lopen, toch blijft het uitlaten belangrijk. Even van de deur geeft de oude hond wat mentale activiteit en afwisseling, iets wat ook de oudere hond nodig heeft. Belangrijk is om de inspanning af te stemmen aan wat de hond nog kan. Frequent kleine wandelingen, eenvoudige rustige spelletjes, sociale interactie en zwemmen zijn goede voorbeelden. Spelletjes houden ook het geheugen in conditie.



Ziekte
Hoe ouder een hond wordt, hoe groter ook de kans dat bij de hond een ziekte zich kan gaan ontwikkelen. Bepaalde aandoeningen, zoals kanker, hartfalen en nierziekte, komt dan ook bij de oudere hond vaker voor.

Gebitsproblemen
Gebitsproblemen kunnen zich al op vrij jonge leeftijd voor doen. Zo blijkt dat bij meer dan 80% van de honden die ouder dan 3 jaar zijn in meer of mindere mate sprake is van een gebitsprobleem. Wanneer het gebit gedurende het leven goed verzorgd wordt, bijvoorbeeld door dagelijks de tanden te poetsen of het gebit periodiek professioneel te laten reinigen, hoeft het gebit van de oude hond niet altijd problemen te geven. Heeft men echter weinig aandacht aan de gebitsverzorging geschonken, dan is de kans groot dat de hond op latere leeftijd ernstige gebitsproblemen kan ontwikkelen. In dat geval is meestal een gebitssanering noodzakelijk.

Weerstand en herstel
Oudere honden zijn vaak gevoeliger voor infecties en herstel heeft meestal meer tijd nodig dan bij een jong volwassen hond. Zorg daarom altijd dat de vaccinaties en ontwormingen in orde zijn en raadpleeg ook altijd tijdig een dierenarts wanneer u veranderingen opmerkt of wanneer uw hond ziek is. Een vroege diagnose en behandeling is altijd het beste, vooral bij de oudere hond.

Scheve kop hond Geriatrisch vestibulair syndroom (GVS)
Een aandoening die bij de oudere hond geregeld voor komt is het geriatrisch vestibulair syndroom. Door ongekende oorzaak kan de hond opeens last van evenwichtsstoornissen krijgen. De hond kan plotseling ongecoördineerd gaan lopen en omvallen. Vaak maken ook de ogen een afwijkende beweging. Alhoewel het er zeer ernstig uitziet herstellen de meeste honden na een aantal dagen tot weken volledig.

Het geriatrisch vestibulair syndroom wordt helaas zeer vaak verward met een beroerte (hersenbloeding, herseninfarct, TIA). Alhoewel ernstigere aandoeningen zoals een hersenbloeding inderdaad vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken is dat maar zeer zelden het geval. In verreweg de meeste gevallen gaat het dan ook om het geriatrisch vestibulair syndroom.



Dementie en pseudodementie
Ook oudere honden kunnen, net zoals mensen, last van dementie krijgen. De symptomen kunnen echter veel lijken op de zogenoemde pseudodementie. Het is daarom belangrijk om hier even bij stil te staan.

Pseudodementie
Pseudodementie wordt ook bij mensen gezien en is eigenlijk geen echte dementie. De symptomen doen echter wel sterk aan dementie lijken, vandaar de naam pseudodementie.

Klachten die kunnen ontstaan zijn een verminderde lichamelijke activiteit, neerslachtigheid, verminderde sociale interactie, veel slapen, verlies in interesse in de omgeving en angst. In tegenstelling tot echte dementie is er bij pseudodementie niets met de hersenen aan de hand. De gedragsveranderingen komen voort uit andere ouderdomskwalen, zoals een verslechtering van het zicht en het gehoor. Ook pijnlijke gewrichten kunnen er voor zorgen dat een oudere hond minder gaat bewegen.

Een goede pijnbestrijding kan nuttig zijn. Daarnaast moet er ook altijd voor gezorgd worden dat de oude hond voldoende mentale en lichamelijke activiteit krijgt. Korte wandelingen, sociale interactie, zwemmen en kijken naar andere dieren kunnen tot de mogelijkheden behoren.


Dementie
Bij echte dementie is er wel sprake van een probleem in de hersenen. Deze maken namelijk minder neurotransmitters aan. Dit zijn stofjes die de taak hebben signalen tussen zenuwcellen door te geven. Een tekort aan neurotransmitters kan verschillende symptomen geven.

In het eerste stadium lijken de klachten heel veel op deze van de pseudodementie, namelijk een verminderde lichamelijke activiteit, slechtere sociale interactie, meer slapen en een verminderde interesse in de omgeving. Daarnaast kan het slaappatroon mild veranderd zijn.

In een later stadium kunnen de klachten verergeren. De persoonlijkheid kan veranderen, de hond kan voor zich uit gaan staren en aangeleerde commando's kunnen opeens vergeten zijn. Verder kan de hond een veranderd slaappatroon gaan vertonen, wat betekent dat de hond overdag slaapt en 's nachts wakker is. De hond kan daarnaast binnenshuis gaan plassen en sommige gedragingen, zoals het vragen om aandacht, voedsel en uitlaten, steeds gaan herhalen. Ook voedsel stelen en neurologische afwijkingen kunnen voorkomen.

Behandeling bestaat uit een combinatie van een medicatie, aangepaste voeding en gedragstherapie. Ingrijpen in een vroeg stadium heeft daarbij de beste prognose.