Verzorging hond - Gehoorzamen


Een goede basisopvoeding samen met consequente regels zijn het recept voor een fijn leven samen met uw hond. Een ongehoorzame hond die u steeds uitdaagt leidt niet alleen tot frustraties bij de u en uw gezinsleden, maar kan ook tot vervelende situaties leiden.

Om het belang van een goede gehoorzaamheid te begrijpen is het nodig te weten wat de regels van hondachtigen in de natuur zijn. Uw hond ziet u namelijk als lid van de roedel. Wilt u als eigenaar de baas van de roedel zijn, dan is het belangrijk om de hiërarchische structuur binnen de roedel te begrijpen en in het dagelijkse leven toe te passen.


De regels binnen een roedel
Binnen een groep samenlevende honden, de roedel, heerst een sociale rangorde waarbij bepaalde honden het leiderschap op zich nemen. De dominante alfa-reu en dominante alfa-teef nemen de leiding. Daarnaast zijn binnen de roedel ook subdominante en jonge reuen en teven aanwezig. De alfa-dieren domineren de subdominante dieren, die op hun beurt de jongere dieren domineren. Hierdoor ontstaat een vrij stabiele groep waarin weinig gevochten wordt.

De alfa-dieren in de roedel hebben het recht om als eerste te eten en zij nemen ook de beste rustplaatsen tot hun beschikking. Wanneer een teef of reu de leeftijd van 4 tot 5 maanden heeft bereikt ontstaat er bij de hond de tendens om het leiderschap over te nemen. Bij onze hond wordt dat ook wel de puberteit van de hond genoemd en is een cruciale periode waarbij het baasje op moet letten dat de hond niet dominant over hem wordt. Het zijn overigens uitsluitend de alfa-dieren in de roedel die het voorrecht hebben om nakomelingen te produceren.



De basisprincipes voor het hebben van een gehoorzame hond
Nu we kort weten hoe de regels in een roedel gelden wordt duidelijk hoe we dagelijks met onze hond om dienen te gaan wil het voor de hond duidelijk zijn wie de baas in huis is. Met het geven van beloningen en straffen kunnen we daarnaast het gedrag nog wat bijsturen en daarom geven we ook wat tips waar u op dient te letten om dit goed te doen.

Blijf de baas over de hond
Voor de hond zijn de mensen in het gezin leden van de roedel. De regels in de roedel zijn dat de dominante hond de baas is en dat alle andere leden ondergeschikt zijn. Om te zorgen dat de hond zich gedraagt zoals u dat wil, is het dus belangrijk om uw hond te laten weten dat u de baas van de roedel bent. Dit kan door in de dagelijkse omgang aan een aantal regels te houden:
          - leer de hond waar zijn plaats is (de mand).
          - geef de hond pas eten nadat u gegeten heeft.
          - zorg dat uw hond ook echt opzij gaat als u erdoor wil.
          - u bepaalt wanneer er gespeeld wordt, komt de hond met een speeltje aanzetten, begin dan juist niet.
          - geef altijd uw gezinsleden voorrang boven de hond, bijvoorbeeld bij begroetingen aan de voordeur.
          - bij het thuiskomen laat u de hond altijd als laatste in de rij naar binnen gaan.

Vergeet niet dat een hond die zijn baas als leider van de roedel ziet zijn trouwste metgezel wordt.

Consequent zijn
Belangrijk is om wat regels betreft consequent te zijn en dat alle gezinsleden zich hieraan houden. Als een hond niet op stoelen en banken mag klimmen betekent dit dat dit ook echt nooit mag. Een hond die geen duidelijke regels heeft kan erg rebels worden en gezinsleden gaan uitdagen. Sommige honden kunnen zonder duidelijke regels bovendien verward en onzeker worden als de ene keer iets wel mag en de andere keer voor hetzelfde gestraft wordt. Spreek met alle gezinsleden daarom duidelijk af wat de hond wel of niet mag, zodat vervolgens iedereen zich daaraan kan houden.

Beloon goed gedrag en bestraf slecht gedrag
Bij de opvoeding is het belangrijk om goed gedrag te belonen. Fout gedrag bestraffen mag ook, maar heeft minder effect dan het belonen van goed gedrag. Bovendien is het bij straffen cruciaal om dit enkel te doen wanneer u uw hond op heterdaad betrapt. Een hond straffen voor vernielzucht nadat u bij thuiskomst een ravage aantreft terwijl de hond in zijn mand ligt is dus helemaal fout en werkt het ontstaan van gedragsproblemen zoals verlatingsangst in de hand. De hond moet in alle tijden verband kunnen leggen tussen de straf en hetgeen wat hij fout heeft gedaan. Uiteraard dient de straf altijd gepast te zijn en nooit met de te handen gebeuren. Uw handen zijn namelijk ook de handen die hem vertrouwen geven en hem aaien. De hond mag dan ook in geen geval bang worden van uw handen. Stuur uw hond ook nooit uit boosheid naar zijn mand. Zijn mand is zijn slaapplaats en zijn eigen, veilige plekje. Wilt u hem onverhoopt toch ergens heen sturen, doe dat dan naar een plek die niet zo belangrijk is, de gang bijvoorbeeld of een hoek van de kamer.

Soorten beloningen
Beloningen kunnen met een hondenkoekje of een hondenbrokje gebeuren, maar kan ook met een aai of woorden als 'braaf' of 'goed gedaan' gegeven worden. Belangrijk is ook hier weer om op het juiste moment de beloning te geven, zodat de hond een verband legt met hetgeen wat hij goed heeft gedaan en de beloning die daarop volgt. Voor beloningen op afstand, zoals bij agility, is clickertraining heel nuttig. Hiervoor dient de hond eerst geleerd te worden dat een click van de clickertraining als een beloning gezien wordt. Dit kan door te oefenen dat na elke click een beloning, zoals een hondenbrokje, volgt. Daarna zal de 'click' op zichzelf, door associatie met het lekkers, door de hond ook als beloning gezien worden.

Het gebruik van de stem
Toonhoogte en volume
Beloningen en straffen die met de stem gedaan worden moeten kort zijn: zoals 'braaf', 'goed gedaan', 'nee' en 'fout'. De toon waarop u het zegt is belangrijker dan het volume. Bij het straffen heeft roepen weinig effect, want een hond heeft echt een heel goed gehoor ook al doet hij soms van niet. Beter is om bij het geen gehoor geven aan een 'foei' of 'nee' het nogmaals te zeggen, maar dan op een lagere toon. De moeder van een pup gromt namelijk ook als de kleine iets doet dat niet mag. En als mams blij is laat ze hoge geluidjes horen. Bij het belonen met de stem is het dan ook aan te raden om het op een iets hogere toon te doen.

Het gebruik van de naam van de hond
De naam van de hond gebruikt u eigenlijk alleen op momenten waar u de aandacht van uw hond wilt trekken. Bij het geven van commando's volstaat het dus niet om enkel de naam te roepen. Mensen vergeten soms hoe belangrijk commando's zijn. Soms roepen - of zelfs schreeuwen - baasjes alleen de naam van de hond. Daarbij moet de hond dan blijkbaar zelf verzinnen dat hij moet komen ofzo? Niet zijn naam, maar het commando vertelt hem wat hij moet doen. Voorbeelden: "Ella, zit!" of "Ella, kom!" Gebruik zijn naam echter niet te pas en te onpas, want dan verliest de naam zijn waarde bij het aandacht trekken van de hond. Bovendien kan zijn naam iets heel negatiefs worden, in combinatie met bijv. het commando: "Nee!".



Puppycursus

Eerder een cursus voor uzelf dan voor uw hond
Zeker als u voor de eerste keer een hond neemt is het erg nuttig advies om met uw pup naar een puppycursus te gaan en daarna ook vervolgcursussen te volgen, zoals een cursus elementaire gehoorzaamheid. U leert op een dergelijke cursus met uw pup om te gaan en de pup leert essentiële commando's te gehoorzamen.

Wat veel mensen vergeten is dat puppycursussen eerder bedoeld zijn om de baasjes wat te leren dan dat de hond er wat van opsteekt. Deelname aan cursussen alleen is dus niet voldoende, ook na de wekelijkse bijeenkomst dient de cursus thuis consequent verder gezet te worden. Alleen dan heeft de cursus kans om te slagen. In principe is het dus ook mogelijk om alles uit boeken te leren, maar deelname aan een puppycursus kan net dat duwtje zijn waardoor het gemakkelijker is om met de opvoeding bezig te blijven.

Goede gelegenheid voor de socialisatie van uw pup
Deelname aan een puppycursus biedt ook meteen een mooie gelegenheid waar de pup met andere pups kan spelen. Dit is vooral voor de socialisatie belangrijk, zodat de hond in een latere levensfase probleemloos met andere honden kan omgaan.

Jong geleerd is oud gedaan
Op jonge leeftijd kunnen commando's en regels het snelst en het beste aangeleerd worden. Jong geleerd is dus oud gedaan! Alhoewel pups er heel vertederend uitzien is het toch zaak om op tijd te bedenken welke basiscommando's uw pup op zijn minst op latere leeftijd moet kunnen gehoorzamen als hij groot en sterk is. Bedenk daarom vooraf goed wat de regels worden. Mag de pup op de bank, bedenk dan wel hij later als hij bijvoorbeeld 60 kg weegt of net van buiten uit een modderpoel binnen komt, ook nog steeds op de bank wil. Voer de regels dus bij het pup zijn al uit als deze latere leeftijd ook gaan gelden, want het is niet eerlijk voor een hond om het op latere leeftijd weer af te moeten leren. Als het dat dan tenminste nog lukt.