Virale ziekten - Konijn


RHD - RABBIT HAEMORRHAGIC DISEASE

RHD bij een konijn Rabbit Haemorrhagic Disease, oftwel RHD, is een virale ziekte die voor konijnen na infectie vrijwel altijd fataal verloopt. Soms wordt ook wel de naam Viraal Haemorrhagisch Syndroom (VHS) gebruikt. In de meeste gevallen is het enige wat gezien wordt een acute dood zonder voorafgaande periode van ziekte. Opmerkelijk hierbij is dat jonge konijnen in hun eerste levensweken ongevoelig voor het virus zijn.

Een konijn raakt besmet door direct of indirect contact met geïnfecteerde konijnen, want het virus kan maandenlang in de omgeving overleven. Konijnen kunnen dus ook geïnfecteerd raken door besmet gras, via schoenen waar het virus na een wandeling in de natuur op terecht is gekomen, maar ook vliegen en muggen kunnen het virus van een ziek konijn naar een gezond konijn overbrengen. Ook roofdieren, zoals roofvogels, kunnen na het eten van een besmet konijn het virus via de ontlasting verspreiden.


RHD1
RHD wordt door een virus veroorzaakt dat voor het eerst in China in 1984 werd gezien en daarna over de hele wereld is verspreid. Dit RHD1-virus bereikte in 1990 Nederland en veroorzaakte veel sterfte onder tamme, maar ook wilde konijnen. Ongeveer 75% van de wilde konijnenpopulatie verdween, wat natuurlijk grote gevolgen heeft gehad voor de natuur want konijnen zijn voor andere dieren een prooidier en houden ook bepaalde planten kort. Pas sinds 2003 is de wilde konijnenpopulatie aan het herstellen van deze epidemie.

Gelukkig werden er vaccins ontwikkeld waardoor mensen hun eigen tamme konijn kunnen beschermen tegen deze ernstige virale ziekte. De vaccinatie van wilde konijnen is vanuit praktisch oogpunt niet mogelijk, waardoor wilde konijnen een belangrijk virusreservoir - en dus een besmettingsbron - blijven vormen.


RHD2
Sinds 2010 dook er in Frankrijk echter een nieuw variant van RHD op waartegen de vaccins geen bescherming bieden. Dit wordt het RHD2-virus genoemd. Sinds 2015 is het virus ook in Nederland aanwezig. Dit RHD2-virus verschilt op verschillende punten van het RHD1-virus. Konijnen zijn vanaf de leeftijd van 15 dagen al gevoelig voor het virus (ipv. 4 weken), de incubatietijd is langer (dit is de periode tussen infectie en ziekte) en de ziekte kent een meer chronisch verloop. Ondertussen zijn in Nederland vaccins tegen RHD2 beschikbaar.

Konijnen

Hoe voorkom je RHD bij je eigen konijn?

Vaccinatie tegen RHD1 en RHD2
Ten eerste door vaccinatie. Zorg dat je konijn zowel tegen RHD1 als RHD2 gevaccineerd wordt. De enting bestaat momenteel uit twee prikjes, want er bestaat nog geen combinatievaccin, en beschermt 12 maanden.

Het is overigens beter is om géén konijnen vaccinatiespreekuren te bezoeken. Want eventueel geïnfecteerde konijnen die nog gezond zijn, maar wel het virus al uitscheiden en op het spreekuur komen kunnen jouw konijn op het spreekuur besmetten.


Hygiëne
Verder bestaan er nog andere maatregelen, maar aangezien daarmee infectie niet goed voorkomen kan worden blijft vaccinatie belangrijk. Toch zijn ze het vermelden waard.

1. Zorg dat je konijn niet in direct contact met wilde konijnen kan komen.

2. Geef je konijn géén in de natuur gewonnen vers groenvoer, kuil of hooi waar mogelijk wilde konijnen mee in aanraking kunnen zijn gekomen.

3. Draag schoenen op mogelijk besmette veldjes (besmet met urine van wilde konijnen) niet op plaatsen waar gehouden konijnen lopen.

4. Pas een goede insectenbestrijding toe, want vliegen en muggen kunnen het virus na contact met een besmet konijn overbrengen op gezonde konijnen.

5. Breng geen onbeschermde konijnen samen.

6. Nieuwe konijnen gaan kort in quarantaine.


Wat te doen in het geval van verdenking van ziekte door RHD1/2?
Mocht je konijn al dan niet plots sterven, dan is het nuttig om contact op te nemen met je dierenarts. Deze kan laten onderzoeken of je konijn aan RHD is gestorven. Alleen na virologisch onderzoek door middel van bijvoorbeeld ELISA of PCR in laboratoria is de diagnose te stellen. De informatie die hieruit voort komt is heel nuttig. We kunnen bijvoorbeeld meer leren over de verspreiding van het virus.

Mocht je in de natuur een dood konijn aantreffen? Dan kun je het beste contact opnemen met het DWHC (Dutch Wildlife Health Centre). Zij kunnen het konijn laten onderzoeken op besmetting met RHD1/2 en kunnen daardoor de RHD problematiek bij wilde konijnen beter in kaart brengen.



MYXOMATOSE
Het virus dat myxomatose veroorzaakt hoort bij de pokkenvirussen. Binnen dit soort virussen bestaan verschillende varianten. Sommige varianten zijn laag virulent en veroorzaken enkel milde symptomen (fibromavirus), terwijl de hoog virulente varianten ernstige ziekte kunnen geven. Deze laatsten worden ook wel myxomavirussen genoemd. Het virus is sinds de jaren '50 in onze streken aanwezig en zorgt voornamelijk in de zomer en herfst voor uitbraken van myxomatose. Dwergrassen zijn minder gevoelig voor het virus, terwijl met name de Vlaamse reus juist zeer gevoelig voor dit virus is.

Verspreiding en infectieverloop
Voor infectie is een kleine huidwonde nodig zodat de ziekte voornamelijk via stekende insecten, zoals muggen en vlooien, van een besmet konijn naar een gezond konijn wordt verspreid. Infecties kunnen echter ook via direct contact overgedragen worden. Het virus vermeerdert zich na infectie eerst in de huid waarna het zich via het bloed naar de inwendige organen verspreidt. Vervolgens verschijnt het virus een tweede maal in het bloed waarna het weer de huid infecteert.

Myxomatose bij een konijn Symptomen
De voorkeursplaatsen waar de ziekte tot uiting komt zijn de oogleden, oren, neus en de geslachtsorganen. Op deze plaatsen kunnen gelatineuze huidverdikkingen ontstaan. Deze worden ook wel myxomen genoemd. Ook etterige oog- en neusvloei kan aanwezig zijn. De letsels zijn bovendien gevoelig voor bacteriële infecties. Na een aantal dagen kan het konijn tenslotte sterven.

Sommige konijnen kunnen een chronische infectie doormaken waarbij enkel wat discrete huidletsels en tijdelijke ademhalingsproblemen te zien zijn.

Konijn met ontsteking aan de oogledenNeus van een konijn met myxomatose



Of de ziekte al dan niet een dodelijke afloop heeft wordt enerzijds door de behandeling en anderzijds door de virulentie van het virus bepaald. 80-90% van de besmette dieren sterft binnen een aantal dagen. Bij minder virulente stammen bedraagt de sterfte 30-35%. Zelfs met de beste intensieve zorg is bij een hoog virulente variant de kans groot dat de ziekte een dodelijk afloop heeft.


Amyxomateuze myxomatose
Naast de echte myxomatose bestaat ook nog de amyxomateuze variant. Dit wordt veroorzaakt door een myxomavirus dat zich in de long vermeerdert. Daar veroorzaakt het een longontsteking. Het virus is algemeen verspreid en wordt via de lucht naar gezonde konijnen overgedragen.