Vaccinatieschema - Kat



De vaccinatieprotocollen die binnen onze praktijk voor katten worden gehanteerd zijn gebaseerd op de Europese richtlijnen die door het ABCD zijn opgesteld. Hieronder vindt u een korte samenvatting daarvan. Uitgebreidere informatie en de wetenschappelijk referenties kunt u terugvinden op de website van het ABCD.


Twee kittens spelen Kittenenting

Vaccinatie op 9 en 12 weken
Kittens worden meestal op de leeftijd van 9 en 12 weken gevaccineerd, maar afhankelijk van een aantal factoren kunnen de vaccinaties ook naar een eerder of later moment worden verplaatst.

De eerste vaccinatie geeft door een onvoldoende ontwikkeld afweersysteem en de nog eventuele aanwezige antistoffen van de moeder geen sterke en langdurige bescherming. Bovendien geeft een enkele vaccinatie tegen niesziekte in alle gevallen een onvolledige bescherming. Daarom moet de eerste vaccinatie na 3 weken herhaald worden. Uitgebreide uitleg over dit onderwerp kunt u hier vinden.


De basisinenting is volledig na de laatste basisinenting op de leeftijd van 12 maanden. Daarna wordt overgestapt naar het alternerend schema voor volwassen katten.



Vaccinatieschema van de kat
Vaccinatie volwassen kat

De basisinenting
Indien de eerste inenting pas op volwassen leeftijd plaats vindt dient er twee maal gevaccineerd te worden met een interval van 3 weken. De vaccinatie tegen kattenziekte geeft na eenmalige vaccinatie voldoende bescherming, maar de eerste vaccinatie tegen niesziekte dient door een tweede inenting geboosterd te worden wil het een stevige en langdurige immuniteit geven.

De herhalingsvaccinaties
Omdat de huidige vaccins tegen niesziekte niet langer dan 12 maanden bescherming bieden vindt de hervaccinatie jaarlijks plaats. De vaccinatie tegen kattenziekte geeft 36 maanden bescherming. Zodoende krijgen de meeste volwassen katten twee keer in de drie jaar een kleine cocktail (niesziekte) en éénmaal in de drie jaar een grote cocktail (niesziekte en kattenziekte). Uitgebreide uitleg over de reden waarom katten jaarlijks opnieuw ingeënt moeten worden kunt u hier vinden.

Wanneer de laatste vaccinatie meer dan 3 jaar oud is, is het nodig om een nieuwe basisinenting uit te voeren. Door altijd op tijd te vaccineren voorkomt u dat dit nodig zou zijn.




Nuttige adviezen

Ontwormen vóór de vaccinatie
Naast het feit dat een goede ontworming sowieso wordt aanbevolen is het ook goed om te weten dat ontworming twee weken voor de vaccinatie een betere immuniteitsopbouw na vaccinatie geeft. Gebleken is namelijk dat worminfecties een remmende invloed op het immuunstelsel hebben, waardoor de immuniteitsopbouw na vaccinatie dus wat wordt geremd. Om de maximale immuniteitsopbouw na vaccinatie te kunnen krijgen wordt dus aanbevolen om twee weken voor de vaccinatie de kat te ontwormen.


Binnenhuiskatten die nooit buiten komen
Ons advies is om katten die nooit buiten komen en geen contact met katten buitenshuis hebben minstens tegen kattenziekte te laten vaccineren. Kattenziekte is namelijk een zeer resistent virus dat in theorie via schoenzolen in huis gebracht kan worden. Direct contact met andere katten is bij dit virus dus niet vereist om uw kat te infecteren en ziek te maken. De vaccinatie tegen kattenziekte biedt 3 jaar bescherming, waardoor een binnenhuiskat slecht éénmaal in de 3 jaar gevaccineerd hoeft te worden. Weliswaar blijven deze katten daardoor wel gevoelig voor niesziektevirussen. De kans dat een binnenhuiskat die nooit buiten komt en geen contact heeft met katten die wel buiten komen niesziekte oploopt is echter klein. Wilt u er helemaal zeker van zijn, dan is een jaarlijkse vaccinatie wel nodig om niesziekte zeker te voorkomen.

Bovenstaand advies geldt overigens niet wanneer u met uw katten fokt, geregeld nieuwe katten in huis neemt, uw kat buiten laat (ook als het maar zeer weinig is), andere katten in het gezin heeft die wel buiten komen of indien uw kat naar pension, shows of op vakantie gaat.


Een aantal nuttige adviezen voor fokkers
Zorg dat fokpoezen goed gevaccineerd zijn
Het is aangeraden om poezen met een slechte vaccinatiestatus en waarmee men wil fokken, voor de dekking te laten vaccineren. Poezen die niet goed gevaccineerd zijn kunnen namelijk een laag antistofgehalte hebben en daardoor hun kittens via de melk te weinig beschermende antistoffen geven. De kittens kunnen dan al op zeer jonge leeftijd, nog voordat de kittens gevaccineerd kunnen worden, de bescherming van de moeder verliezen, een virusinfectie oplopen en ernstig ziek worden. Een vaccinatie van de poes voor de dracht zorgt ervoor dat de poes extra antistoffen gaat produceren die na de geboorte de kittens langdurig zullen beschermen en infectie en ziekte op erg jonge leeftijd kan voorkomen. Meer uitleg over dit onderwerp kunt u hier vinden.

Zorg voor voldoende hygiëne bij nestjes kittens
Voor kittens in het nest geldt dat een goede hygiëne erg belangrijk is om de infectiedruk zo laag mogelijk te houden. Zorg dus voor een schoon nest. Wanneer er meer katten in huis zijn kan eventueel zelfs het advies zijn om het nestje kittens en de moeder de eerste levensweken apart van de andere katten te houden. Meer uitleg over dit onderwerp kunt u hier vinden.



Andere vaccinaties

Hondsdolheid
Deze vaccinatie is verplicht wanneer u met uw kat naar het buitenland gaat. Voor de meeste landen geldt dat de vaccinatie minimaal 21 dagen voor vertrek toegediend dient te zijn. Afhankelijk van het land van bestemming kunnen ook nog aanvullende regels van toepassing te zijn. Meer informatie hierover vindt u bij 'Naar het buitenland'.

Bordetella en chlamydia
Tegen bordetella en chlamydia, dit zijn een aantal andere verwekkers van niesziekte, kan ook gevaccineerd worden. Dit wordt in onze praktijk echter alleen in specifieke situaties gedaan. Bijvoorbeeld in catteries waar problemen met bordetella en/of chlamydia is vastgesteld of waar niesziekte ondanks een goed vaccinatiebeleid blijft bestaan en dus een groot vermoeden is dat bordetella en/of chlamydia de oorzaak van de problemen rond niesziekte is.

FeLV
Theoretisch kan ook tegen FeLV gevaccineerd worden, maar dit wordt niet routinematig gedaan. Vaccinatie heeft namelijk enkel zin als er een besmet dier in de omgeving is (buiten, in huis). Ook is het alleen maar nuttig om katten die vrij zijn van FeLV te vaccineren. Om dat vast te stellen is een bloedonderzoek noodzakelijk. Bovendien geven de huidige vaccins tegen FeLV geen 100% bescherming tegen infectie en het ontstaan van ziekte door FeLV.