Ontworming - Adviezen


Volwassen honden en katten
De ESCCAP (European Scientific Counsel Companion Animal Parasites) is een non-profit organisatie welke dierenartsen nuttige informatie verstrekt. Onlangs heeft de ESCCAP een richtlijn opgesteld waarin onze honden en katten, op basis van de leefomstandigheden en gedrag, in vier groepen (A, B, C en D) worden verdeeld. Met deze richtlijn wordt te veel of te weinig ontwormen beter voorkomen dan met de oude richtlijn. Volg het onderstaande keuzediagram en u kunt vinden in welke risicogroep uw huisdier valt en welk ontwormadvies daarbij past.


Keuzediagram ontwormen ESCCAP

RISICOGROEP A: 1-2 keer per jaar ontwormen
RISICOGROEP B: 4 keer per jaar ontwormen
RISICOGROEP C: meer dan 4 keer per jaar ontwormen, afhankelijk van de mate van opname van rauw vlees/prooidieren
RISICOGROEP D: maandelijks ontwormen



Naast deze algemene ontwormingsadviezen bestaan er nog een aantal situaties waarin aan een goede ontworming gedacht dient te worden:

Behandeling van vlooieninfecties en ontworming
Bij het behandelen van een vlooieninfectie dient ook aan een ontworming gedacht te worden aangezien vlooien in staat zijn lintwormen over te brengen. Bij een vlooieninfectie kan dus ook sprake van een lintworminfectie zijn en daarom dient tegen beiden behandeld te worden.

Preventie van vakantieziekten
Bij reizen naar gebieden waar hartworm, haakwormen of de vossenlintworm algemeen voorkomt dient aandacht aan een goede ontworming besteed te worden. Op onze website kunt u uiteraard meer over vakantieziekten bij huisdieren lezen.

Voor en na verblijf in pension of kennel
Ook bij verblijf in een kennel of pension is het aan te raden om voor en na het verblijf uw huisdier te ontwormen. Meestal wordt dat verplicht gesteld, maar indien dat niet het geval is blijft een ontworming nuttig.





Infectiewegen spoelworm hond Pups en kittens
Een typische worm die bij alle jonge pups en kittens voorkomt is de spoelworm. Een infectie kan op vele manieren gebeuren waardoor een besmetting moeilijk te voorkomen is. Pups kunnen namelijk nog voor de geboorte via de placenta (6), na de geboorte via de melk (7) of ontlasting van hun moeder (8) of via de omgeving besmet worden. Kittens kunnen op dezelfde manieren besmet raken, maar de infectieweg via de placenta vindt echter niet plaats. Ook is het mogelijk dat een huisdier via besmette tussengastheren (2) een besmetting oploopt.

De larven leggen eerst een hele weg door het lichaam van de pup of kitten af voordat het in de dunne darm volwassen wordt. Een aantal larven blijven levenslang in verschillende weefsels aanwezig. Een volwassen spoelworm legt dagelijks 200.000 kleverige eieren die in de omgeving wel 3 jaar kunnen overleven. Voor een zware besmetting van wel 200 volwassen wormen in de dunne darm betekent dit dat er dagelijks 15 miljoen eieren via de ontlasting de omgeving besmetten. Aangezien een volwassen worm wel 4 maanden oud kan worden betekent dit dat een enkele volwassen worm de omgeving sterk kan besmetten.

Veel voorkomende klinische symptomen van een zware infectie bij pups zijn o.a. een verminderde eetlust, braken, buikkramp, een gezwollen buik en diarree. De spoelwormen die bij honden en katten voorkomt is ook besmettelijk voor mensen. Doordat vooral kinderen intensief in contact komen met honden en katten of in besmette zand spelen, worden spoelwormbesmettingen frequent bij kinderen gezien. Om spoelwormbesmettingen bij pups en kittens te behandelen en de infectiedruk in de omgeving zo laag mogelijk te houden is het belangrijk uw pup of kitten geregeld te ontwormen:

Ontwormingsschema voor pups en kittens tot 6 maanden

              Pups worden op de leeftijd van 2, 4 en 6 weken en op de leeftijd van 2, 4 en 6 maanden ontwormd.
              Kittens worden op de leeftijd van 3, 5 en 7 weken en vervolgens maandelijks tot de leeftijd van 6 maanden.

Hieronder kunt u uitgebreide informatie over de achtergrond van dit ontwormingsschema lezen.

Ontworming pups en kittens
Spoelwormlarven overleven ontwormingsbehandeling
Omdat enkel de volwassen spoelwormen voor ontwormingsmiddelen gevoelig zijn dienen pups en kittens voor de leeftijd van 6 maanden een aantal maal ontwormd te worden. De wormlarven kunnen een ontwormingskuur immers overleven en zodoende nog volwassen worden, eitjes produceren, de omgeving besmetten en zo een besmettingsbron blijven vormen. Omdat kittens, in tegenstelling tot pups, voor de geboorte niet besmet kunnen worden zullen de eerste volwassen spoelwormen bij kittens wat later in de dunne darm verschijnen. Daarom vindt de eerste ontworming bij kittens een week later plaats dan bij de pup.

Wanneer de pups en kittens nog klein zijn kunnen de larven in twee weken tijd volwassen worden. Daarom worden pups en kittens in de eerste levensweken om de twee weken ontwormd. Wanneer de pups ouder worden duurt het langer voordat de larven volwassen kunnen worden. Het gevolg hiervan is dat oudere pups nog maar tweemaandelijks ontwormd hoeven te worden.

Honden ontwikkelen een natuurlijke resistentie tegen spoelwormen
Bij honden doet zich de situatie voor dat na de leeftijd van 6 maanden een bepaalde resistentie ontstaat waardoor spoelwormlarven nog maar moeilijk de dunne darm kunnen bereiken en volwassen kunnen worden. Dit wil overigens niet zeggen dat spoelworminfecties bij volwassen honden niet kunnen bestaan. Sommige larven die zich lange tijd in weefsels ophouden kunnen hun weg naar de dunne darm toch nog afmaken en ook normale infecties kunnen gewoon nog voorkomen. Ook bij volwassen honden kan een infectie met spoelwormen dus bestaan. Bij de kat is er overigens geen sprake van een bepaalde leeftijdresistentie, zij blijven dus hun hele leven gevoelig voor spoelworminfecties.

Ontworming van de moeder
In de periode voor de bevalling neemt onder invloed van zwangerschapshormonen de weerstand af waardoor spoelwormlarven, die al levenslang in de weefsels van de moeder slapende zijn, rond de periode van de bevalling hun tocht door het lichaam verder zetten om zich tenslotte in de darm tot volwassen spoelwormen te ontwikkelen. Rond de periode van de bevalling zal de moeder hierdoor meer wormeieren via de ontlasting gaan uitscheiden die vervolgens een infectiebron voor de pasgeboren pups en kittens gaan vormen. Dit verschijnsel wordt ook wel de periparturient rise genoemd en is tevens de reden waarom het belangrijk is om de moeder samen met de pups of kittens te ontwormen. Als het infectierisico gering is kan de moeder enkel 2 of 3 weken na de geboorte van de jongen ontwormd worden. Door de moeder te ontwormen wordt het infectierisico voor de pups en kittens na de geboorte kleiner.