Fokadvies honden - Voortplanting


Puberteit
De puberteit is bij de teef aangebroken wanneer de eerste loopsheid start. Wat het tijdstip waarop dit plaatsvindt betreft bestaat er een grote invloed van het ras. Over het algemeen komen honden enkele maanden na het bereiken van het volwassen lichaamsgewicht en grootte (stagnatie in de groei) in de puberteit. Honden van kleine rassen zijn eerder volwassen dan honden van grote rassen. Bij heel grote rassen kan het zelfs 2 jaar duren. Bij jonge teven kan in het begin ook sprake zijn van een stille loopsheid, waardoor de eerste loopsheid door de eigenaar wordt gemist.

Sommige honden kunnen puberteitsstreken vertonen. Ze luisteren dan minder goed, doen ondeugende dingen en proberen het baasje uit te dagen. Gedurende deze periode zullen sommige honden ook proberen om dominant over het baasje te gaan worden.


De cyclus van de teef
De meeste honden worden twee keer per jaar loops. Een uitzondering hierop zijn wilde honden en primitieve hondenrassen zoals de Basenji, Tibetaanse mastiff of wolfskruisingen (zoals de Saarloos wolfshond). Deze honden worden één keer per jaar loops, meestal tijdens de late winter tot vroege voorjaar. Ook kennelhonden die buiten gehouden worden kunnen maar één loopsheid per jaar vertonen. De loopsheid wordt dan meestal in mei gezien.

Loopsheid: pro-oestrus en oestrus
De loopsheid bestaat uit twee delen: de pro-oestrus en de oestrus. Tijdens de pro-oestrus, die gemiddeld 9 dagen duurt (3-17 dgn), trekt de teef de reu aan, zijn de vulvalippen gezwollen en is er een helderrode vaginale uitvloei zichtbaar. De teef is echter niet dekbereid. In de oestrus, die gemiddeld ook 9 dagen duurt (3-21 dgn), trekt de teef nog altijd de reu aan, maar staat ze nu wel dekkingen toe. Bovendien zijn de vulvalippen minder gezwollen en is de vaginale uitvloei nu eerder roodbruin van kleur.

De tijd tussen twee loopsheden is gemiddeld 7 maanden, maar kan variëren tussen 5 en 11 maanden.

Cyclus van de teef Metoestrus en schijndracht
Indien geen bevruchting heeft plaatsgevonden kan na een loopsheid een schijndracht optreden. Dit wordt ook wel de metoestrus genoemd en duurt ongeveer net zolang als een echt dracht, namelijk 63 dagen. De teef kan met knuffelbeertjes gaan dragen, nestgedrag vertonen en zelfs melk produceren. Schijndracht komt echter niet bij alle teven voor. In de natuur is dit verschijnsel overigens geen afwijking. In roedels mogen namelijk alleen de dominante teven nakomelingen krijgen. De andere vrouwelijke teven die schijndrachtig zijn kunnen de dominante teven helpen bij de verzorging en overleving van hun pups. Als gezelschapsdier kan een teef die schijndrachtig is wel minder plezierig zijn voor de eigenaars.

Dioestus of anoestrus
De dioestrus is de periode van seksuele rust die komt tussen twee perioden van oestrus. Het is een term die in de Engelstalige literatuur vaak als alternatief voor de benaming van de metoestrus wordt gebruikt. In de Nederlandstalige literatuur wordt deze term niet gebruikt en hebben we het dus over de metoestrus en de anoestrus. De anoestrus is de periode van seksuele inactiviteit en duurt bij de hond gemiddeld 4½ maand, maar kan ook korter zijn (3 maanden).


Menopauze
Een echte menopauze bestaat niet bij de teef. Wel is te zien dat de tijd die tussen twee loopsheden verstrijkt vanaf de leeftijd van 7 jaar steeds groter wordt. Bij oudere teven zien we vaak een interoestrusinterval van meer dan 12 maanden.

Cryptorchidie bij de reu
Bij cryptorchidie zijn een of beide testikels bij de mannelijke pup niet ingedaald. In principe dienen beide balletjes op de leeftijd van 6 weken ingedaald te zijn. Eventueel is het echter mogelijk dat de indaling vertraagd is, maar op de leeftijd van 5-6 maanden zijn er geen veranderingen meer te verwachten.

Een niet-ingedaalde testikel dient operatief verwijderd te worden. En dit om verschillende redenen:
          - bij een niet-ingedaalde testis is de ontwikkeling van zaadbalkanker verhoogd
          - bij een niet-ingedaalde testis bestaat de kans op zaadstrengtorsie

Een hond waarbij beide testikels niet ingedaald zijn is onvruchtbaar. De lichaamstemperatuur is in de buikholte namelijk te hoog om normale zaadcellen te produceren. Een hond waarbij slechts één testikel niet is ingedaald en de andere testikel wel gewoon is afgedaald is wel vruchtbaar. Toch is het aan te raden om met deze unilaterale cryptorchen niet te gaan fokken en te laten castreren. Cryptorchidie is namelijk een erfelijke aandoening en de kans dat het nageslacht dezelfde afwijking heeft kan dus groot zijn.


Wat is de ideale leeftijd om een teef pups te laten krijgen?
De ideale leeftijd waarop een teef nestjes kan krijgen is tussen de 2 en 6 jaar ouderdom. Dat is meestal in de praktijk vanaf de tweede of derde loopsheid. Na de leeftijd van 7 jaar wordt er beter niet meer met een teef gefokt omdat de algemene vruchtbaarheid dan is afgenomen, de bevallingen meestal meer problemen geven en er minder en/of ongezonde pups geboren kunnen worden.

Hoeveel nestjes mag een teef jaarlijks hebben?
Wanneer bedrijfsmatig met honden gefokt wordt mag een teef wettelijk gezien maximaal 1 nest in 12 maanden krijgen. Voor het welzijn van de teef is het sowieso beter om maar één keer per jaar een nestje pups voort te brengen. In sommige situaties, waarbij uiteraard niet bedrijfsmatig met de teef wordt gefokt, kan het wel mogelijk zijn om een teef in één jaar twee nestjes te laten geven. Bijvoorbeeld indien het eerste nestje maar weinig pups bevatte en de teef bij de volgende loopsheid weer helemaal in conditie is.

Wat is het beste moment om mijn teef te laten dekken?
De dekdatums worden als volgt bepaald. Het beste noteert men dag 1 waarop de vulva gezwollen is, er bloedverlies optreedt en de teef de reu aantrekt. Dit is dan de dag waarop de pro-oestrus gestart is. Vervolgens begint men 5 tot 6 dagen later de dekbereidheid van de teef dagelijks te controleren om de eerste dag van de oestrus te bepalen. Daarna laat men de teef elke 2 tot 4 dagen dekken totdat de teef de dek niet meer toestaat. De reu mag zeker niet dagelijks dekkingen verrichten omdat dit ten koste gaat van de vruchtbaarheid van de reu.

Vruchtbaarheidsproblemen
Soms komen er vruchtbaarheidsproblemen voor en wil de teef om een bepaalde reden na meerdere pogingen toch niet drachtig worden. In 60% van de gevallen is er echter geen sprake van een daadwerkelijk vruchtbaarheidsprobleem bij reu of teef, maar wordt er een verkeerde dektijdstip gehanteerd. Het tijdstip waarop de dekking het best kan gebeuren hangt samen met het moment waarop de eisprong plaatsvindt. Het laten dekken op standaarddagen zoals op dag 12, 14 of 16 na de start van de loopsheid is niet altijd effectief. Het moment waarop de loopsheid aanbreekt houdt namelijk geen verband met het moment van ovulatie. Het is daardoor mogelijk dat een dekking op basis van standaarddagen na start van de loopsheid een totaal ineffectieve methode is. Zo ovuleert de gemiddelde teef ovuleert wel op 12 dagen, maar zijn er ook teven die al op dag 5 of pas juist op dag 30 ovuleren. Bij teven met een verlengde of verkorte loopsheid is het noodzakelijk om het exacte moment van ovulatie te gaan bepalen.

Spreiding van moment van ovulatie ten opzicht van start loopsheid


Aangezien teven maar twee jaar per jaar loops worden, is het van belang het juiste moment van deze oestrus, en dus ook het juiste moment van de eisprong, te kennen. Wanneer men te laat is, duurt het immers gemiddeld weer een half jaar voordat er weer verder kan worden gefokt met de teef. Er bestaan verschillende manieren waarmee het moment van ovulatie bepaald kan worden. Ze zijn echter niet allemaal even accuraat. Hierboven hadden we al gezien dat het hanteren van standaarddekdagen na de start van de loopsheid tot problemen kan leiden.

Observatie en palpatie
Dit kan gemakkelijk zelf uitgevoerd worden. Door dagelijks de dekbereidheid van de teef te testen, eventueel met een teaserreu, is in te schatten wanneer de ovulatie plaatsvindt. Daarnaast kan ook aan de hand van de vermindering van de zwelling van de vulva het moment van ovulatie geschat worden. Ongeveer 5 dagen na de start van de dekbereidheid en/of afname van de vulvazwelling kan namelijk de ovulatie plaatsvinden. Beide testen zijn echter niet betrouwbaar en zijn bovendien niet altijd zo praktisch.

Progesteronverloop teef Progesteronbepaling
De meest betrouwbare methode is de opvolging van het progesterongehalte in het bloed van de teef. Men start 5 tot 7 dagen na de start van de loopsheid met een eerste bloedonderzoek, waarna het bloedonderzoek om de 2 tot 3 dagen wordt herhaald. Aan de hand van de progesteronconcentratie is exact te bepalen wanneer de eisprong plaatsvindt.

Zie in de illustratie hiernaast het verloop van het progesterongehalte (rode lijn).
          - 2 ng/mL: LH-piek welke de ovulatie aankondigt (A)
                                dekking na 4-6 dagen
          - 5 ng/mL: ovulatie (eisprong) (B)
                                dekking na 2-4 dagen
          - 6-12 ng/mL: rijping eicellen (C)
                                dekking na 1,5-2,5 dagen
          - 12 ng/mL: rijpe eicellen aanwezig (D)
                                dit is het juiste moment van dekking

Uitstrijkjes
Deze methode is eigenlijk onbruikbaar om het moment van de eisprong vast te kunnen stellen, maar geeft wel extra informatie over de cyclus van de teef. Bij problemen kan dagelijks door de fokker een swab van de vagina genomen worden. De uitstrijkjes daarvan worden vervolgens onder de microscoop onderzocht.

Microscopisch beeld anoestrus teef Microscopisch beeld pro-oestrus teef Microscopisch beeld oestrus teef Microscopisch beels metoestrus teef