Virale ziekten - Konijn


RHD
RHD staat voor Rabbit Haemorrhagic Disease, maar wordt ook wel VHD of Viral Haemorrhagic Disease genoemd. De ziekte wordt door een calicivirus veroorzaakt dat voor het eerst in 1984 in China werd gesignaleerd. In 1990 verschenen vervolgens in België de eerste gevallen. Uitbraken worden vooral in de zomer en herfst bij gezelschapskonijnen gezien.

Verspreiding en infectieverloop
Het virus wordt door besmette konijnen via de urine, ontlasting en het speeksel verspreid. Overdracht verloopt via direct contact met een besmet konijn, maar ook indirect via besmette voorwerpen en vers groenvoer is mogelijk. Het opmerkelijke is dat alleen konijnen ouder dan 10 weken gevoelig zijn voor het virus en dat de gevoeligheid en ernst van infectie toeneemt bij het ouder worden. Na opname van het virus verspreidt het virus zich naar alle inwendige organen. Vooral de lever wordt ernstig beschadigd waardoor bloedstollingsstoornissen ontstaan.

Bloedneus bij konijn met RHD Symptomen
In het merendeel van de infecties blijft het konijn een tijdje gezond en sterft het plots. Doordat het virus bloedstollingsstoornissen veroorzaakt kunnen besmette konijnen soms een bloederige neusvloei, inwendige bloedingen, algemene ziekte, zenuwstoornissen en ademhalingsmoeilijkheden vertonen. Andere symptomen zijn een kortstondige koortspiek en het stoppen met eten.

Bij volwassen konijnen sterft minimaal 75% van de dieren, terwijl bij jongere konijnen van 10 weken tot 6 maanden ouderdom 40-50% van de konijnen na infectie sterft. Opvallend is dus dat jongere konijnen minder gevoelig zijn voor het virus. Konijnen die voor de leeftijd van 10 weken een infectie oplopen vertonen zelfs helemaal geen ziektesymptomen.



Myxomatose
Het virus dat myxomatose veroorzaakt hoort bij de pokkenvirussen. Binnen dit soort virussen bestaan verschillende varianten. Sommige varianten zijn laag virulent en veroorzaken enkel milde symptomen (fibromavirus), terwijl de hoog virulente varianten ernstige ziekte kunnen geven. Deze laatsten worden ook wel myxomavirussen genoemd. Het virus is sinds de jaren '50 in onze streken aanwezig en zorgt voornamelijk in de zomer en herfst voor uitbraken van myxomatose. Dwergrassen zijn minder gevoelig voor het virus, terwijl met name de Vlaamse reus juist zeer gevoelig voor dit virus is.

Verspreiding en infectieverloop
Voor infectie is een kleine huidwonde nodig zodat de ziekte voornamelijk via stekende insecten, zoals muggen en vlooien, van een besmet konijn naar een gezond konijn wordt verspreid. Infecties kunnen echter ook via direct contact overgedragen worden. Het virus vermeerdert zich na infectie eerst in de huid waarna het zich via het bloed naar de inwendige organen verspreidt. Vervolgens verschijnt het virus een tweede maal in het bloed waarna het weer de huid infecteert.

Myxomatose bij een konijn Symptomen
De voorkeursplaatsen waar de ziekte tot uiting komt zijn de oogleden, oren, neus en de geslachtsorganen. Op deze plaatsen kunnen gelatineuze huidverdikkingen ontstaan. Deze worden ook wel myxomen genoemd. Ook etterige oog- en neusvloei kan aanwezig zijn. De letsels zijn bovendien gevoelig voor bacteriële infecties. Na een aantal dagen kan het konijn tenslotte sterven. Sommige konijnen kunnen een chronische infectie doormaken waarbij enkel wat discrete huidletsels en tijdelijke ademhalingsproblemen te zien zijn.

Konijn met ontsteking aan de oogledenNeus van een konijn met myxomatose



Of de ziekte al dan niet een dodelijke afloop heeft wordt enerzijds door de behandeling en anderzijds door de virulentie van het virus bepaald. 80-90% van de besmette dieren sterft binnen een aantal dagen. Bij minder virulente stammen bedraagt de sterfte 30-35%. Zelfs met de beste intensieve zorg is bij een hoog virulente variant de kans groot dat de ziekte een dodelijk afloop heeft.


Amyxomateuze myxomatose
Naast de echte myxomatose bestaat ook nog de amyxomateuze variant. Dit wordt veroorzaakt door een myxomavirus dat zich in de long vermeerdert. Daar veroorzaakt het een longontsteking. Het virus is algemeen verspreid en wordt via de lucht naar gezonde konijnen overgedragen.